bereklauw
Heracleum
schermbloem
flora
Tilburg


  flora ↣ schermbloemen ↣ bereklauw

Botanische beschrijvingen & blogsels

Bereklauw

Heracleum

Heracleum, vernoemd naar de Griekse halfgod Heracles, mag met recht een geslacht van krachtpatsers onder de planten worden genoemd: ruw behaard, grof door de grote, kroezige bladsegmenten en de buikige bladscheden, soms manshoog met wijd buisvormige stengels, gekroond door brede, vrij vlakke schermen. Deze leveren een schoolvoorbeeld van stralende bloemen.

De grote kroonbladen aan de rand van het scherm zijn door een diepe insnijding V-vormig. De zijdelingse schermen zijn vaak overwegend mannelijk. De vruchten zijn zeer sterk ruggelings afgeplat, met brede, doorschijnende vleugels op de zijdelingse ribben. De rugzijde is vrijwel vlak, met niet-uitspringende ribben en brede 'oliestriemen'.

Bereklauwen zijn typische winterstaanders; de vruchthelften worden in de loop van het winterhalfjaar door de wind losgerukt.

Uit: Weeda, Westra, Westra & Westra, Nederlandse oecologische flora, 1987, II, p. 287

Geplaatst op dinsdag 2017-07-18 | #bereklauw #berenklauw #Heracleum #schermbloemenfamilie

ℱ❧ℱ❧ℱ

Gewone bereklauw

Heracleum sphondylium

De Gewone bereklauw is een hoge, meestal overblijvende zomer- en herfstbloeier. Na afmaaien van de bloeistengel bloeit hij vaak na met roodachtige bloemen.

Stengels & bladeren

Evenals bij Fluitekruid kunnen in de oksels van de onderste bladeren zijstengels ontstaan, die wortelen en tot nieuwe planten uitgroeien. De jonge rozetten hebben rondachtige, handvormig gelobde bladeren met een hartvormige voet. De stengelbladeren zijn geveerd; de deelblaadjes zijn vaak diep, bochtig en kroezig ingesneden en hebben een grof gezaagde rand. De onderste zijblaadjes van de middelste bladeren zijn gesteeld. Het omwindsel ontbreekt of is armbladig. Vooral aan nabloeiende stengels kunnen omwindseltjesbladen voorkomen die op een klein stengelblad lijken.

Verspreiding

Gewone bereklauw komt - in verschillende ondersoorten - voor in vrijwel heel Europa, West-Azïe en het Atlasgebied. In Nederland is hij na Zevenblad en Fluitekruid de algemeenste Schermbloem. Alleen in het noordoosten is hij plaatselijk wat minder algemeen.

Gewone bereklauw is een plant van carbonaat- en voedselrijke, matig vochthoudende, humeuze klei- en zandgrond en kleiige veengrond. Net als zijn familielid Fluitekruid komt hij in bermen, hooi- en rietlanden en lichte loofbossen voor, gemiddeld echter op minder vochtige en/of beschaduwde plekken dan deze soort. Herhaaldelijk maaien verdraagt hij zeer goed, beweiding slecht.

In pleistocene streken staat hij van nature in hoofdzaak in beekdalen en op lemige bodem; de sterk toegenomen bemesting heeft echter tot uitbreiding van de Gewone bereklauw op de zandgronden geleid. In schrale krijthellinggraslanden staat de plant vooral op plekken met een dichte vegetatie. De zaden kiemen pas na een langdurige vorstperiode; evenwel schijnt ook het afbranden van bermen en dijken in het vroege voorjaar de kieming te begunstigen. Tevens wordt hierdoor de groei gestimuleerd van 'harde' grassen als Kweek (Elymus repens), Kropaar (Dactylus glomerata) en Rietzwenkgras (Festuca arundinacea), waarmee Gewone bereklauw dan ook vaak samen voorkomt. Andere grassoorten waar deze plant vaak mee wedijvert, zijn Glanshaver Arrhenatherum elatius, Grote vossestaart (Alopecurus pratensis) en - niet te vergeten - Riet (Phragmites australis).

In rietlanden in het zoetwatergetijdengebied verschijnt Bereklauw zodra het Riet aan vitaliteit begint in te boeten, maar wel uitsluitend boven gemiddeld hoogwaterniveau: de plant geldt als een van de betrouwbaarste indicatoren van de hoogwaterlijn. Zijn vermogen om met Riet te wedijveren is opmerkelijk, gezien het feit Bereklauw niet veel eerder in het seizoen tot ontwikkeling komt dan Riet en ook niet opvalt door schaduwtolerantie.

In bossen kan de plant zich alleen aan de rand en op open plekken handhaven. Hij groeit daar vaak samen met Dauwbraam (Rubus caesius), Kleefkruid (Galium aparine), Hondsdraf (Glechoma hederacea)), Dagkoekoeksbloem (Silene dioica), Reuzenzwenkgras (Festuca gigantea) en Smeerwortel (Symphytum officinale); in griendbossen tevens met Moerasstreepzaad (Crepis paludosa).

Behalve voor talrijke minder specifieke insekten en schimmels (zie de familie-inleiding) is de Bereklauw voedselplant voor de rups van het motvlindertje Laspeyresia aurana, die in een spinsel in vruchtdragende schermen leeft, en voor de larven van enige galmuggen. Hiervan leeftContarinia nicolayi in vergalde bloemknoppen, C. heraclei en Macrolabis corrungans in bladgallen.

Uit: Weeda, Westra, Westra & Westra, Nederlandse oecologische flora, 1987, II, pp. 288-289

Geplaatst op dinsdag 2017-07-18 | #GewoneBereklauw #bereklauw #schermbloem #Cobbenhagenpark #Tilburg

ℱ❧ℱ❧ℱ

Reuzenbereklauw

Heracleum mantegazzianum


Reuzenbereklauw langs snelweg

'Reuzenbereklauw in de marge
van een snelweg' (Weeda, p. 285)

De Reuzenbereklauw of Perzische bereklauw is een meters hoge, twee- tot vijfjarige zomerbloeier, die na de vruchtzetting gewoonlijk afsterft. Van de Gewone bereklauw verschilt hij voornamelijk door zijn gigantische afmetingen. Voorts zijn de bladeren 'uit één stuk', dubbel veerdelig en soms meer dan een meter lang.

Vaak tellen de schermen over de honderd stralen en bereiken ze een middellijn van een halve meter. Het omwindsel is meerbladig. De bloemen hebben duidelijke kelktanden. De stijve stengelharen staan op rode knobbeltjes.

Ze maken bij aanraking gemakkelijk wondjes in de menselijke huid, waarna het sap van de plant de huid overgevoelig maakt voor zonnestraling. Daardoor kan de plant bij zonnig weer, al naar de gevoeligheid van de 'contactpersoon', jeuk, forse blaren, soms zelfs bloedvergiftiging veroorzaken.

(De werkzame stof - furocumarine - komt ook in andere Schermbloemigen voor, maar door hun spaarzame of zachte beharing of tengerder bouw brengen deze veel minder vaak van Reuzenbereklauw overlast teweeg.)

Reuzenbereklauw, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest-Azië, is in de 19de eeuw als adventiefplant, maar vooral als statussymbool in Europa ingevoerd, waar hij in de loop van de 20ste eeuw alom begon te verwilderen.

In Nederland is hij tegenwoordig vrij algemeen ingeburgerd in kleistreken en ook plaatselijk in löss-, zand- en veengebieden. Wegens de onaangename verschijnselen die hij kan oproepen, wordt hij tegenwoordig op veel plaatsen geweerd; één enkele plant kan echter vele duizenden nakomelingen voortbrengen.

Een van de 'onbereikbare' standplaatsen waar de Reuzenbereklauw zich heeft genesteld, wordt gevormd door de middenberm van autowegen. Behalve in bermen breidt hij zich hier en daar ook in vochtige loofbossen uit. In Groot-Brittannië is geconstateerd dat de plant met de Gewone bereklauw bastardeert (binnen de Schermbloemenfamilie een tamelijk zeldzaam verschijnsel.).

Uit: Weeda, Westra, Westra & Westra, Nederlandse oecologische flora, 1987, II, p. 289

Geplaatst op vrijdag 28 juli 2017 | #Reuzenbereklauw #reuzenberenklauw #schermbloem

Voor een verantwoording van de spelling en van afwijkingen van de oorpronkelijke tekst zie mijn toelichting op Weeda & Westra et al.

ℱ❧ℱ❧ℱ

  blogsels - berichten - bereklauw

Gerelateerde webpagina's en blogs

zondag 10 december 2017 | #EmilyDickinson #geboortedag #herbarium #Amherst

Het herbarium van Emily Dickinson

Op het raakvlak van wetenschap en poëzie

In één woord: fantastisch, het herbarium (circa 1839-1846) van Emily Dickinson. Dickinson heeft haar herbarium aangelegd in de jaren 1830 tot 1886. Ze begon daar dus al rond 1839 mee! Hartstikke jong nog! Wat een geweldig schrift/boek. Mijn intense verdriet (zie vorige post, hieronder) is compleet over. Wat een genot, dat herbarium. (Deze post zal ik in de loop van 2018 nog bewerken en uitbreiden, want door een onverwachte berg tekstwerk voor mijn neus en even onverwachte berg sneeuw voor de voordeur heb ik enorme haast.)

Voorlopig verwijs ik naar het artikel van Maria Popova (@brainpicker) "Emily Dickinson’s Herbarium: A Forgotten Treasure at the Intersection of Science and Poetry", op brainpickings.org. Het is btw al van 2017-05-23.

Ruim 20 bladzijden heeft Popova op haar site gezet. Die vormen het leeuwendeel van het complete herbarium, dat je vindt op Houghton Library, Harvard.

❥ ❥ ❥

donderdag 30 november 2017 | #GiantHogweed #herbarium #reuzebereklauw

Giant Hogweed

Op Atlas Obscura schrijft Cara Giaimo (@cjgiaimo) "How Professionals Wrestle With One of the World's Scariest Plants", atlasobscura.com - 2017-11-30.

Misschien is alles een beetje aangedikt (witte pakken!), maar dat je moet uitkijken met de Giant hogweed, zoals de reuzebereklauw in het Engels heet, is wel duidelijk. De gewone heet Cow parsnip en is volgens het onderschrift bij een mooie foto: shorter, fuzzier, and slightly less mean than giant hogweed.

Ik moest bijna juichen & huilen tegelijk van de (uiteraard enorme) bladzijde van "The RBG herbarium", met daarop "giant hogweed, mounted."

'Mounted' betekent zoiets als 'vastgezet' (zoals je een 'device' kunt 'mounten', aankoppelen dus), of 'opgeplakt'. Je hebt dat ook bij het verzamelen van postzegels. Tot pakweg de jaren 40 werden 'postfrisse' zegels met een 'plakker' bevestigd op de bladen van een album. (En… waren daardoor voor moderne begrippen niet langer 'postfris'!) Vandaar de Engelse filatelistische kwaliteitsaanduidingen MM en UMM: mounted mint en unmuounted mint. Zie voor de Engelse termen: Mint stamp en voor de Nederlandse: "Postfris".

Mijn verdriet bij het zien van die fantastische reuzebereklauw op een herbariumpagina is er omdat ik mijn eigen herbarium nergens kan vinden. Het was een dun, simpel, amateuristisch herbarium 'voor school' uit pakweg 1964. Voor een normaal mens is het niet voor te stellen, maar ik moet daar dus bijna van janken. Bijna.

❥ ❥ ❥

Met de html-validator van W3C kan men de html5 van deze pagina controleren op fouten en foutjes.